1.
Hij liep het liefste rond in het overdekte winkelcentrum. Kanyon noemen ze dat in Israel. Lijkend op het Engelse woord Canyon, gaat het hier op een afleiding van het woord ‘liknot’, ‘kopen’ in het Ivriet. In de winter liep je zonder regen en in de warme, vochtige zomers liep je lekker koel rond.
Het liefst keek hij naar de mensen op de terrasjes in het centrum. Hoeveel aten die mensen wel niet? Hij stond even stil bij een aantal tafeltjes en luisterde naar een verhitte discussie.
“Wat nou ‘bezetten’?”, riep een dikke man die zijn bloesknopen half open had gelaten zodat iedereen zijn harige vette borst kon zien. “We willen niets bezetten en die gekken blijven maar schreeuwen dat we weg moeten Het houd nooit op met die mesjoggene honden!” De man pakte een servetje en veegde zijn voorhoofd af, niet zienend dat er taartkruimels aan het servet kleefden, waarvan er nu een paar op zijn voorhoofd achterbleven.
Hij liep door. Mensen hielden er niet van als je naar ze staart. Dat had hij allang geleerd. Hij keek naar links. Een groep meisjes liepen voorbij. Zestien, zeventien jaar, schatte hij ze. Lange bruine benen. Topjes die hun beloftes omhulden. Hij bleef doorlopen. Vlakbij de trap zag hij hem. Maar het gebeurde allemaal zo snel. Wie draagt er nu een windjack in het midden van zomer, in deze hitte? En zo bol. Later, veel later zou hij zich plotseling herinneren hoe de man zweette.
Ook wist hij niet wat er nou eigenlijk het eerst gebeurde. Hij voelde de druk: een ongenadige druk op zijn oren en ogen. Hij wist dat hij door de lucht vloog en uit zijn ooghoek zag hij hoe de man met het windjack in een vlam veranderde. De hitte en toen die zware ‘boem’, alsof het vanuit het diepste van de aarde kwam. Hij voelde de pijn in zijn gezicht en ogen. Alsof hij zout in z’n gezicht kreeg. En hij herinnerde zich het omaatje met de stok. In een reflex opende hij zijn armen nog en hij voelde dat hij op haar landde. Een steek van pijn ging door zijn hele lichaam. Toen werd het donker. Voorgoed.
2.
De stad Haifa heeft heel wat meegemaakt in de laatste jaren. Bussen en restaurants zijn opgeblazen door zelfmoordcommando’s op zoek naar Allah en 72 maagden. In de zomer van 2006 werden er ongeveer 500 Franse raketten op de stad afgeschoten, waarvan er 300 hun doel vonden. Toen enkele jaren geleden werd besloten het grootste overdekte winkelcentrum in het Midden Oosten in Haifa neer te zetten was de naam al duidelijk: Grand Kanyon. Gelegen op de Carmel, omgeven door heuveltoppen nabij de wijk Neve Sha’anan is het centrum populair geworden om zijn drie verdiepingen van winkels en cafeetjes. Met ruimte voor 4000 auto’s kan jan Jan en alleman er terecht. Zo ook op deze zomerse donderdagochtend. Rapporten zouden later aanduiden dat er meer dan 2000 mensen in de Kanyon waren toen de zelfmoord-terorist zich opblies. Er werden 47 doden geteld en173 gewonden, waarvan er 14 levensgevaarlijk. Nog enkele honderden kregen een agstaanval. Tussen de gewonden zou het al aan gewende aantal mensen zijn, die niet s was overkomen maar wel uitkering wilde proberen te krijgen. Deze mensen gana er gewoon bij zitten of bijliggen en proberen hun geluk.
Haifa telt 3 grote ziekenhuizen: Het Carmelziekenhuis, boven op de Carmelberg, het Bne Zion ziekenhuis nabij de wijk Hadar en uiteraard het bekende Rambam ziekenhuis nabij het strand. Ook heeft Haifa enkele privé-ziekenhuizen. Al deze instituten werden direkt na de ontploffing aanslag op alert gesteld. Zoals gebruikelijk werden ook andere grote ziekhuizen in het land op de hoogte gehouden. De ontploffing zelf, 3500 kilo dynamiet gemengd met spijkers en schroeven, werd gehoord tot op 40 kilometer van Haifa en gevoeld in de hele stad. Politie was in enkele minuten aanwezig en ook de ambulances kwamen de een na de andere al aan.
De ravage in het winkelcentrum was groot. Hoewel er veel ruimte is, waardoor de terugslag van de ontploffing zich snel oploste, was het duidelijk op de eerste verdieping dat de schade groot en grof was: Het Grand Café, waar de ontploffing plaastvond vanwege het grote aantal mensen die daar koffie zaten te drinken, bestond gewoon niet meer. De plek, samen met omringende winkels, was onherkenbaar. Lichaamsdelen en bloed was overal, er was nog steeds een mist van stof, ijzer, glas en houtstukken lagen overal en gewonden schreeuwden om hulp. Het speelgoed van Toys 'R US lagen overal, de inboedel van Office depot en de brillen van de opticien waren honderden meters verder nog te vinden. Samen met de sirenes buiten en agenten die in hun walkie-talkies schreewden was het een bizar tafereel. Het afvoeren van doden en gewonden zou in anderhalf uur eindigen. Dit werd gedaan door een gemengd team van de Israelische eerste hulp, de Rode Davidster en de Zakka-organisatie, een groep vrome Joden die het als hun taak ziet ervoor te zorgen dat elke Joodse dode in zijn geheel wordt begraven, wat inhoud dat ze lichaamsdelen zochtten.
Zoals gewoonlijk zouden de meeste gewonden nog dezelfde dag naar huis gestuurd worden. Verslaggevers vanuit de hele wereld probeerden elk beeld vanuit elke hoek te rapporteren. Op de heavels om het winkelcentrum zaten fotografen en ook luktte het enkelen om naar binnen te glippen. De meest memorabele foto die de wereld zich zou herinneren was van een halfdode jongeman die zich beschermend op een oude vrouw had geworpen. De vrouw was niets overkomen en later zou blijken dat haar doofheid al 10 jaar bestond. De jongeman was levensgevaarlijk gewond afgevoerd naar het Carmel-ziekenhuis.
De Israelische regering was het als uitzondering eens met elkaar en veroordeelde de aanslag. Er werden onverbloemde dreigningen geuit aan de verantwoordelijke organisties en het was duidelijk dat, zoals gewoonlijk, een een of ander Palestijns of Libanees dorpje zou worden platgebomardeerd als vergelding.
3.
Het Carmel-ziekenhuis ontving 68 gewonden. Deze werden vakkundig in de polykliniek ontvangen, waar de eerste diagnose werd vastgesteld. Vandaar gingen ze door naar de diverse operatiekamers en afdelingen in het zeven verdiepingen tellende zieknhuis dat uitkeek van de Carmelberg op de kust.
“Glasscherven in zijn ogen, grote scherf al uit zijn halsd gehaald, waarschijnlijkwaarschijnlijke schade aan stemmbanden!”, riep dokter Nativ. Hij was kinderarts en was net klaar met zijn dagelijkse ronde, toen de ontploffing plaats vond. Hij was meteen naar de polykliniek gegaan en had zich over een gewonde ontfermd.
“Breuk in rechter bovenarm, rechter onderarm, scherven in zijn rechter borst waarvan er twee grote in de rechterlong zijn doorgedrongen.”, ging hij door,. zustersVerpleegsters, broeders en andere artsen keken met hem mee. “Vermoeden van binnenwaardse bloeding vanwege de luchtdruk van de ontploffing, beide benen gebroken nabij de enkels. Alle vingers en tenen intact, vermoeden van doofheid vanwege de klap.” Hij keek in het rond. “OK 5 is klaar voor hem, hup, snel naar boven!”, riep een zuster. “Identificatie?”, vroeg een broeder. “Geen!”, riepen drie zusters die dat al hadden uitgezocht. OK 5 had al een telefoontje gekregen en gedurende de volgende 6 uur werkte men aan de patient. De meeste scherven werden uit zijn lichaam gehaald, breuken werden gezet, de ogen werden nagekeken en afgeschreven als ‘verloren’, de binnenwaardse bloeding werd gestopt en er werd gehecht. De rechterlong werd nagekeken en men besloot dat een operatie daar nog even kon wachten. Tien uur na de ontploffing lag de zwaargewonde in de IC unit, waar piepende monitoren vertelden dat hij nog leefde.
Israel en vele landen in de wereld zaten aan de tv gekleefd. De beelden uit Grand Kanyon vertelden hun eigen verhaal. En voor wie het verhaal nog niet duidelijk was, waren er herhalingen en intervieuws met overlevenden, familie-leden van de slachtoffers en bijstanders. De Duitse tv was de eesrte die de foto en het verhaal vertelden van de jongeman en de oma: bedolven met puin en stof konden de kijkers duidelijk zien hoe de jongeman als laatste handeling zich beschermend over een oude vrouw met een duidelijk concentratiekamp-nummer op haar am, had geworpen. Deze had de ontploffing zonder enige verwonding overleefd maar kon amper praten omdat ze doof was. Toch schreeuwde ze in de microfoon en dankte God en de onbekende jongeman voor haar leven. Als overlevende van het Buchenwald concentratiekamp voegde ze toe dat alleen in het Joodse land een Jood zich veilig kan voelen. In nog geen uur tijd hadden bijna alle tv stations het erover. ’s Avonds laat, na alle schok en verdriet, had Israel een positief verhaal: een zwaargewonden jongen die een oude vrouw had gered door zich op haar te werpen. Hijzelf was levensgevaarlijk gewond.
4.
Emily Cohen was net klaar met haar zusters-opleiding. Nadat ze in dienst eerste hulp had gegeven in een legerkliniek, belsoot ze na haar legertijd zuster te worden. Dit leerde ze eerst nabij het beroemde Tel Hasjomer ziekenhuis nabij Tel Aviv en ze maakte haar studie af in Haifa, waar ze nu werzaam was op de trauma-afdeling van het Carmel ziekenhuis. Ze was nu 26, had een vol figuur, donkerbruin haar tot aan haar nek en bruine ogen. Ze had een flatje gehuurd in Haifa, op de Ccarmel en leidde een druk leven. Een vaste vriend had ze niet: ze had er geen tijd voor en geen zin in. Af en toe een avontuurtje was goed genoeg voor haar. Ze wilde nog geen levenspartner en was blij met haar zelfstandigheid. Haar ouders woonden in Ashdod en twee keer per maand ging ze bij hun langs.
Ze was in het Chorev-winkelcentrum nabij de wijk Achoeza op de Ccarmel toen ze de ontploffing hoorde. Zonder verder na te denken verliet ze het cnetrum centrum en liep door naar het ziekenhuis, wat amper tien minuten lopen er van daan was. Daar hoorde ze de eerste details en bereidde zich voor op de slachtoffers die zouden worden afgeleverd.
Ze hoorde de sirenes en uit het raam zag ze hoe journalisten en tv-teams zich opstelden bij de ingang van de polykliniek. Ambulance na ambulance kwam binnenrijden. Ze herinnerde zich nog de vorige aanslag in een restaurant. Typisch voor de stad Haifa zouden de helft van de slachtoffers wel weer niet-Joden zijn.
Ze werd opgeschrikt uit haar mijmeringen door de commotie vanuit de lift. De eerste gewonden werden naar de OK gereden. Rustig wachtte ze af tot ze geroepen zou worden.
“Emily, ontruim twee kamers. We krijgen zeker zes tot acht gewonden hier. De eerste drie zijn al onder het mes!”, riep de het hoofd van de afdeling naar haar. Ze knikte en begon met het verhuizen van andere patienten, zodat twee kmaers kamers helemaal leeg zouden zijn.
5.
“47 man!” De premier keek ziedend om zijn regeringtafel. “47 man, tegen de tweehonderd gewonden en jullie weten het nog zo net niet? Beiroet gaat plat, zeg ik jullie.” De premier was rood van opwinding. Zijn minister van defensie keek hem kjoel aan. “Yossi, zo gaat het niet.”, zei hij rustig. Een ex-generaal met diverse decoraties, die wist dat zijn mening op prijs werd gesteld. De andere ministers keken nu naar beide mannen. De premier keek ze één voor één aan. “Hoe heb ik zo een groep idioten om me heen gezet...”, vroeg hij zich innerwaards af. “Ga je gang, vertel het maar.”, zei hij langzaam tegen de minister van defensie.
“Kijk,”, zei deze, “militair kunnen we alles doen. We kunnen inderdaad Beiroet nu eens echt helemaal plat bombarderen. Of Amman. Of Damascus. Geen probleem. Technisch en operatief is dat in een uurtje gedaan. Maar ik zit hier niet als generaal, ik zit hier als politiek leider. Dat zijn we allemaal. En daarom stel ik voor dat we even nadenken. De radicale Moslims willen juist dat wie iets of iemand naar het stenen tijdperk bombarderen. Kunnen ze weer op ons wijzen en zeggen hoe barbaars we zijn. En daarna? Sturen ze weer zo een gek die zich ergens anders opblaast. De veiligheids eenheden van dit land houden dagelijks tientalen gekken tegen. Jullie weten dat dit kan omdat er vreselijk veel Palestijnen zijn die hier geen trek meer in hebben en ons over alles en nog wat informeren. Deze tendens groeit met de dag. Dat houdt in dat de Palestijnse bevolking, in tegenstelling tot hun leiders, er genoeg van hebben om in oorlog te leven. Een Palestijnse moeder huilt net zo goed om haar kind als een Joodse moeder...”
“Zo is het wel genoeg!”, schreeuwde de minister van strategische dreigingenbuitenlandse zaken. Zijn partij bevorderd de breuk tussen Israel en haar buren en ziet als enige oplossing een gewelddadige militaire overwinning.
De premier knikte instemmend. Hij pakte een afstandsbediening en drukte op een knop, waardoor vier grote plasma schermen om de regeringtafel heen aan gingen. Ze keken naar het laatste rapport op kanaal 10, waar voor de zoveelste keer ene herhaling van de afgrijselijke beelden was te zien. “Zagen jullie dat?”, vroeg de minister van binnelandse zaken toen weer de foto van de halfdode jongen op het omaatje te zien was. Iedereen knikte.
“Ik stel voor dat we het allemaal even laten bezinken en om zes uur vanavond elkaar hier weer ontmoeten.”, zei de premier. Hij keek naar zijn secretaris. “Ik wil nu naar Haifa, is de helicopter er al? Zorg dat Eli de fotograaf meegaat.”, zei hij zakelijkde ras-politicus. Met alle kritiek op hem en politie-onderzoeken kon hij wat positieve berichtgevingen over zichzelf best gebruiken. Daar de media niet al te dol op hem waren, zorgde hij voor zijn eigen stukjes en foto's in de krant.
6.
Tegen vijven die middag waren ze voorlopig klaar met hem. Hij werd snel de OK uitgewield en naar zijn kamer gebracht, waar hij naast het raam het vierde bed kreeg. Dokter Goldenberg, de trauma-chirurg liep naar het zuster-station op de afdeling, waar hij Emily trof. “Loop effe mee.”, gebood hij haar en gaf hij het voorlopige dossier van zijn patient. Achter hun ging de lift open en meer gewonden werden binnegebracht op de afdeling. Het was alduidelijk dat het niet bij 8 gewonden zou blijven.
“Geen naam. Ongeveer begin twintig, man. Rechterlong geprforeerd. Glas in één oog en stukjes ijzer in het andere, hij is zijn zicht kwijt, permanent. Luchtdruk veroorzaakte een binnenwaardse bloeding die we gestopt hebben. Hij heeft twee liter bloed gekregen.” Hij keek naar Emily, die alles op een bloknootje noteerde. Rechterarm is op drie plekken gebroken en gezet, linkerarm op twee plekken gebroken en gezet, rechterbeen is eenmaal gebroken en gezet, linkerbeen had botten buiten en is gezet, met schroeven. Beide enkels ook gebroken en gezet. Hij krijgt een infuus met morfine en antibioticum, vanavond kijken we wel wat we nog meer kunnen doen. Leg hem een beetje op zijn rechterkant als het kan, al is het maar een kussen onder zijn linkerkant, zodat de geperforeerde long niet veel hoeft te doen.” Ze knikte en keek naar de gewonde naast het raam. Hij zag er slecht uit. Ze keek de dokter vragend aan. “O, hij haalt het wel, alleen vermoedtvermoed ik dat hij in coma is. Er is geen reactie, niks en ik vermoed dat zijn drumvliezen er ook aan zijn gegaan.” Zijn naam werd uit de OK geschreeuwd en hij draaide zich om. Zonder nog iets te zeggen rende hij terug naar de OK, waar het volgende slachtoffer op hem wachtte.
7.
Alles deed pijn. Hij wist niet hoe en waarom. Alles deed pijn. Ademen. Zijn hoofd. Zijn ogen, schouders, armen, handen, borst, rug, benen: alles deed vreselijk pijn. En tegelijkertijd voelde hij die warme waas, alsof de pijn bedekt werd door een deken. Hij hoorde niets, behalve een hoge toon, die dwars door hem heen ging. Het was donker en hij viel weg. Alsof hij in een ravijn viel. En zweefde.
8.
De zwarte militaire Blackhawk-helicopter landde nabij het Rambam-ziekenhuis aan de kust. Tientallen agenten, soldaten en leden van de geheime dienst wachtten de premier op. Toen hij uitstapte werd hij snel naar een van de wachtende grote zwarte Amerikaanse en gepansterde wagens geleid, waarna de hele stoet snel wegreed. De premier ging naar het Bne Zion ziekenhuis. Daar na zou hij naar het Carmel ziekenhuis gaan en voordat hij weg zou vliegen zou het Rambam ziekenhuis aan de beurt zijn. Honderden journalisten liepen met hem mee. Slechts enkelen konden mee tot aan de ziekenkamers. Daar maakte de premier een praatje met elke gewonde, met wat dokters en familieleden. Hij zorgde ervoor dat hij de bij elk gesprek goed werd gefotografeerd: de verkeizingen kwamen eraan en hij had elk positief stukje nieuws nodig.
Vanuit het Bne Zion ziekenhuis ging de stoet naar het Carmel ziekenhuis. Overal was het verkeer gestremd om de stoet snel voorbij te laten gaan. Honderden verdrongen zich bij de ingang van het ziekenhuis. Een nachtmerrie voor de veiligheidsdienst, die het trauma van de moord op premier Rabin in 1995 niet helemaal verwerkt had.
“Niksnut!”, “Smeerlap!!”, “Doe eens wat, zak!”, waren de minder pijnlijke opmerkingen die het publiek naar hem schreeuwde. De premier was snel binnen en werd via een verzekerde lift naar de vijfde verdieping gebracht. Deze was, op familie van gewonden en personeel, vrij gemaakt van publiek. De premier ging weer via zijn routine van bed naar bed en sprak met sommige gewonden en hun familieleden. Aamgekomen in kamer 503 zag hij meteen dat er niemand naast de in verband gewikkelde gewonde was. “Waar is de familie?”, vroeg hij aan dokter Goldenberg. Deze liep vermoeid naast de premier. Hij had wel wat anders te doen dan met deze politieke malloot mee te lopen, maar het was de premier, dus had hij weinig keuze. “We weten het nog niet. Deze jongenman is zwaargewond. Hij is voorgoed blind, voorlopig doof en in coma. Diverse breuken in zijn armen en benen en ook zijn enkels zijn gebroken. Ook is zijn long geperforeerd door een groot stuk glas....” Hij wilde doorgaan, maar de PR adviseur van de premier was onderbrak hem ruw. “Dit is die jongen die dat omaatje redde, klopt dat?”. Goldenberg knikte. “Ik geloof van wel.” De PR-man gaf een seintje aan diverse cameramannen die mee waren gelopen en zei tegen de premier: “Nu!”. De premier schraapte zijn keel en keek naar de camera’s. “U ziet hier het voorbeeld van Joodse moed, van zelfopoffering. Dit is in feite de ware ziel van ons land. Deze jongenman...”, de premier wees op de zwaargwonde in het bed bij het raam, “...deze jongen wist wat hem als Jood te doen stond en redde het leven van een oude vrouw, terwijl hij zelf zware gewond werd. Helaas kunnne wij zijn gezicht niet zien vanwege de bandages, helaas kan hij ons niet horen of zien vanwege zijn verwondingen en ook ligt hij in coma. Maar wij zullen deze held niet vergeten! Ik dank U allen!”, de premier zag dat de felle lichten van de camera’s uitgingen, knikte beleefd om zich heen en liep met zijn entourage weg. Een kwartoier later was hij al in het Rambam ziekenhuis voor nog een snel bezoek en een uur later was hij al in de lucht, onderweg terug naar Jeruzalem.
“Ging goed hé, met die ziellepiet bij het raam?”, vroeg de premier aan zijn PR adviseur, doelend op de zwaargewonde die hij in het Carmel ziekenhuis had gezien. “Ik denk dat ze het allemaal zullen uitzenden vanavond.”, stelde de adviseur tevreden vast.
9.
Hij rook de heerlijke geur van het eten thuis. Hij had geen beeld van wat ‘thuis’ was, maar droomde over de reuk van het eten daar. Het was nog steeds donker. En stil. Of, wacht even, nee, er was gepiep, een gesis, een gefluit. Een hoge toon tussen zijn oren, alsof je op de TV een zender zocht en het beeld sneeuwde. Ja, dat was het geluid! Hij bleef zweven. En ging weer in het niets verloren.
10.
Enkele dagen na de bom aanslag was het al duidelijk: de bommen warens in een Israelische taxi het centrum binnengesmokkeld en de chauffeur was al aangehouden. De zelfmoord-terroristen kwamen uit Jenin, wat geen grote verrassing was, want de meeste van deze terroriosten kwamen uit Jenin. In totaal waren er 3 zelfmoord terroristen geweest. HijZe hadden een gordels en en jas omgedaan van inen droegen in totaal 51500 kilo explosieven. De doden waren al begraven en de kranten schreven dat het een schande was dat niemand van de Israelische regering bij de begrafenissen was geweest. De minister van buitenlandse zaken was in het buitenland, de miniter vanna toerisme ook, evenals de minister van financiën, de minister van justitie, de minister van onderwijs, de minister van communicatie, de minister van religeuze zaken en de miniter van sport en cultuur. De premier was op de eerste dag te druk bezig met ondervraagd te worden door de politie over verdenkingen dat hij in een eerder functie als hoofd van een goeddoelige instantie enkele miljoenen achterover zou hebben gedrukt, wat hij natuurlijk ontkende. Helaas kon hij geen uitleg geven waar enkele miljoenen die in een van zijn bank rekeningen waren gevonden, vandaan waren gekomen.
In de ziekenhuizen ging het leven weer langzaam terug naar het normale tempo. Emily had haar handen vol en werkte bijna twintig uur per dag. Ze was naar haar flatje geweest om schone kleding te halen enwant ze bleef gewoon doorgaan. In kamer 503 lag de onbekende jongeman nog steeds naast het raam. Er was geen verandering in zijn situatie gekomen. Emily nam elke dag wat tijd om bij de jongen te zijn. Met geen bezoekers voor hem, hield ze zijn slappe hand vast en vertelde hem van alles en nog wat. Ondanks alle oproepen in de media in Israel en in het buitenland, was er niemand naar voren gekomen die de gewonde kon identificeren. Hij leek alleen in de wereld.
Terwijl de andere patienten in de dagen erna vooruit gingen en zelfs sommigen naar huis werden gestuurds, bleef de zwaargewonde jongeman bij het raam in kamer 503 in ongeveer dezefde toestand.
11.
Kanaal 10 was opgericht als nieuws-kanaal. Ze hadden belooftbeloofd alles beter te doen maar bleven vechten tegen lage rating-cijfers. Wel was hun nieuwsjournaal erg populair. Een bekend stel, Yacov en Mikki, die ooit op het tweede net het nieuwsjournaal tot een welbekeken show maakten, waren nu hier al enkele jaren verantwoordelijk voor het brengen van het nieuws. Altijd hadden ze wel een scoop, altijd was er wel een bijzonder verhaal dat de kijkers naar hun journaal bracht. Zo ook die avond, precies twee maanden na de moordende aanslag in Grand Kanyon. Na dat ze ieder door het dagelijks nieuws waren gegaan, kwam de overbekende foto weer op het beeld. De onbekende jongen die zich beschermend op het omaatje had geworpen en sindsdien zwaargewond en in coma in het ziekenhuis lag. Onder foto was dramatisch “ALLEEN OP DE WERELD!” geschreven.
“En dat, beste kijkers, brengt ons terug naar twee maanden geleden. Allemaal kennen we deze foto die in ons geheugen gegrift staat. In de studio hebben we mevrouw Marcovitch, die haar leven te danken heeft aan deze held. Ook is hier de beroemde klinische psycholoog proffessor Lövenstein aanwezig om ons meer inzicht te geven over de verwondingen van De Held. Mevrouw Marcovitch, hoe gaat het met U?”
De oude vrouw keek wat onwennig in de camera en naar Mikki, die haar de vraag had gesteld. Hoewel ze niets hoorde was haar uitgelegd wat ze moest zeggen. “Zal ik U zeggen.”, zei ze vlot, “Ik klaag nooit, heb ik nooit gedaan, maar het ministerie van Volksgezondheid, ik zweer het U, dat zijn geen mensen. Ik vraag al twee jaar om....”
“We willen graag praten over de explosie die U heefthebt overleefd, mevrouw.”, zei Yacov kortaf. Als professional wilde hij het gesprek gaande houden en op het onderwerp gericht houden. Een teleprompter liet de vrouw de vraag lezen.
“Zal ik U zeggen.”, ging de oude vrouw door, “Die jongen, dat is een engel. Ik zei al tegen mijn kleinkinderen: wat een engel is die jongen. Ik had wel dood kunnen zijn en wie kijkt dan naar je om? Geloof me, als ik wil dat mijn familie m'n graf zal komen bezoeken, zal ik er een betaalautomaat op moeten zetten. Nee, als ik kon, had ik die jongen geadopteerd want niemand kijkt naar hetm om, zelf het ministerie van volksgezondheid niet, ik zweer het U....”
In Jeruzalem keek de premier op van zijn werktafel. Zijn PR adviseur keek hem aan en knikte naar de TV die op kanaal 10 stond. “Dat is het!”, zeiden ze allebei tegelijk. DeE eerste mnister keek naar zijn adviseur. “Praat met onze advocaten, praat met de rabijnenrabbijnen en maak het voor elkaar!”
De PR man knikte en rende naar zijn werkkamer die naarst die van de premier was. Andere premiers hadden in die werkkamer hun adviseurs voor veiligheid of buitenlandse zaken altijd gehad: de huidige minisgter president wilde alleen maar media adviseurs om zich heen.
Het gesprek op de TV ws al overgegaan op de klinisch psycholoog die uitlegde wat er dan wel en niet in het hoofd van de genwonden kon rondgaan. “Belangrijk is te weten dat zo een gewonden waarschijnlijk alles hoort en ziet en begrijpt, maar geen kans heeft om te reageren vanwege de verwondingen.”, beëindigde hij zijn relaas.
“We hebben nu een scoop, we zijn in staat geweest om De Held te filmen in het ziekenhuis, wat, zoals U weet verboden is, maar uiteraard zijn wij van Kanaal 10o in staat om dit aan U te laten zien!”, zei Yacov plechtig. Even later zag heel Israel iemand in een bed nabij een raam in het Carmel ziekenhuis. De gewonde had verband over zijn ogen, verband op zijn orend, waar nog steeds af en toe bloed uit kwam. Armen en benen waren in gips en zijn bovenlichaam was in het verband. Er was een zuurstofbuisje onder zijn neus en twee infusies, één voor voedsel en één voor medicijnen, waren aan zijn nek vebonden, daar zijn armen helemaal in het gips waren.
De film was kort en na afloop lieten Yacov en Mikki de stilte alles zeggen. Beiden keken serieus in de camera. Na een minuut zei Mikki: “Niemand die hem kent, niemand die hem mist en toch een Held. Alleen in zijn duisternis en stilte en niemand die om hem geeft. Wie is hij en waarom is hij alleen? Wie ontfermt zich over deze Held? Dit was het nieuws, goedenavonden dan nu de weersverwachting.”
In plaats van het gewoonlijke deuntje dat het nieuws beëindigdeweer altijd aankondigde, bleef het stil en werd het korte filmpje nogmaals vertoond. Honderdduizenden, misschien wel miljoenen in Israel, zaten met vochtige ogen naar de beelden te kijken.
De premier wilde naar huis. Temminste, eerst naar zijn vriendin. Het was al tegen negenen ’s avonds en het was wel genoeg voor vandaag. “Als je maar weet dat we tegenover de media altijd beleefd zullen zeggen dat we vrede willen, maar ik will een plan, een waterdicht plan, om dat stuk vuil in Syrië, die hond in Libanon en die randdebiel in Iran allemaal op dezelfde tijd af te maken. Je bent het hoofd van de Mossadda en als je het niet aankunt dan maak ik je hoofd van de BLO hier in Jeruzalem, snap je dat? Laat niemand denken dat ze beter dan ons zijn. Al die Arabieren zijn hetzelfde potje nat en niks waard!” De premier keek naar het hoofd van de Mossad, de Israelische geheime dienst. Deze keek zonder enige emotie terug en daar hield de premier niet van. Hij kende de man niet, kon hem niet lezen en wist niet wat hij dacht. Aan de andere kant was dit een ex-held, met diverse decoraties en zeer gewaardeerd in de kringen van het leger en veiligheid. Men vertelde dat deze man een van de beste was die ooit de Mossad geleid had. En daar de media de man op handen droeg, kon hij hem niet ontslaan.
“Heb je trouwens nieuws voor me over die jongen?”, vroeg de premier. Het hoofd van de Mossad schoof een dun dossier naar de premier. “Perfecte tanden, dus geen spoor van een specifieke tandarts, besneden, geen littekens, geen eerdere medische problemen, waarschijnlijk 24 jaar oud met een kanp postuur. Geen enkele draad naar zijn identiteit.”, zei de man droog. DE eerste minister keek hem vrebaasd aan. “Dat is het? Dat is wat de Mossad weet? De grote, onverslaanbare Mossad?”, vroeg hij honend. De man keek hem koud aan. Zei niets wat onnodig was. Toch voelde de minister president dat de man hem niet serieus nam. “Tov, goed, je kunt gaan`, zei de premier. De Mossad-chef stond op, knikte kort en liep de kamer uir via de dubbele deuren.
12.
De volgende ochtend was ze vroeg naar werk gekomen. Ze had goed geslapen en voelde zich vol energie. Emily ging de afdeling af en bezocht alle patienten. Hielp met verschonen en had voor iedereen een goed woord over. Samen met een broeder verschoonde ze het bed van Sasson. Ze had belsoten hem zo te noemen en wist niet waarom. Ze vond hem een echte Sasson en daarmee uit. Het gordijn om de onbekende held ging dicht en zijn luier werd vakkundig verschoond. Heel snel werden zijn lakens verwisseld en werd zijn voedsel infuus opengezet. Toen de broeder wegliep bleef ze nog even zitten en nam de slappe linkerhand in de hare. “Hallo Sasson!”, zei opgewekt, “Maccabi Haifa heeft gister weer gewonnen. Mooie wedstrijd, 4-2. En er was een prachtfilm op kanaal 4. Met Julia Roberts die niet wilde trouwen en telkens wegrende. Heel leuk. Ik heb vanochtend heel vroeg gezwommen en...” Ze voelde het meteen. Zijn duim had bijna aarzelend haar hand beroerd. Ze deed hetzelfde met haar duim op zijn hand en weer was er die reactie. Haar harte bonkte in haar borstkas. Ze wilde als eerste impuls een dokter roepen maar belsoot het nog voor zich te houden. Zijn duim bewoog niet meer en ze legde de hand voorzichtig neer. Ze stond op, deed het gordijn open en keek naar de andere patienten. “Klaar met je vriendje?”, vroeg Levi, de patient die naast Sasson lag. Ze voelde dat ze bloosde. “Aleen jij bent m’n vriendje toch?”, zei ze snel tegen de man die beide benen was verloren in de aanslag. “Laat m’n vrouw je maar niet horen!”, zei Levi lachend.
13.
Weer was hij in de Grand Kanyon. Hij zag de man die het vieze servetje over zijn voorhoofd haalde en de mooie jonge meisjes. Meer niet. In gedachten hoorde hij en zag hij dingen. Maar het was donker en stil. Donker en stil. Een hand. Hij voelde een hand en kneep met zijn vingers zo hard als hij kon. Een vinger aaide zijn hand en weer kneep hij zo hard als hij kon. En weer zweefde hij de afgrond in.
14.
“Volgends de Halacha, de Joodse wet, is hij niet toerekeningvatbaar en kan daarom over niets beslissen. Dus kan er in principe niets met hem gebeuren tot hij bijkomt.”, zei de opperrabijn tegen de premier.
“Maar ik wil de jongen persoonlijk adopteren en voor hem zorgen!”, zei de premier. “En als hij ooit bijkomt en dat niet wil, of er komt uiteindelijk fanilie opdagen, dan annuleer ik die adoptatie natuurlijk.”
De opperrabijn dacht lang na. Dan moet ik een “psak”, een rabbinale beslissing zien te krijgen van wat andere rabbijnen, zodat het niet lijkt dat ik in m’n eentje even de Joodse wet verander.”, antwoordde de rabbijn.
De premier keek hem aan. “Ik zou zeggen: waar wacht je op? Nog een storting voor je Yeshiva?” De opperrabijn keek de premier even lang aan maar zei niets. Hij stond op en liep weg. Nadat de deur dicht ging zuchtte de premier diep en deed zijn keppeltje af, die hij uit respect had opgedaan. Hij keek naar zijn PR-man. “Zorg voor een dag in Haifa. Ik wil scholen bezoeken en daarna naar het ziekenhuis. Ik maak dan de bekendmaking publiek en dan zullen we eens zien wat er met mijn populariteit gaat gebeuren.”, zei de premier. Zijn adviseur knikte lachend.
15.
“PREMIER ADOPTEERD HELD IN COMA” was één van de kopstukken. Alle kranten, de radio, tv en internet, iedreen was ermee bezig: De premier adopteerd de held van Grand Kanyon.
Emily gooide de krant weg. Het was negen uur in de avond en ze wilde zo naar huis. Ze had nog een was te doen en er zou een goede film zijn op het filmkanaal. Uiteraard was ze even bij Sasson gaan zitten. “Hee lieverd, je hebt een naam nu!”, zei ze laconiek. Wanneer ze hem lieverd was gaan noemen kon ze zich niet herinneren, maar het klonk heerlijk. En ze vond hem aardig. Hoe je iemand die in coma ligt aardig kunt vinden was haar ook een raadsel, maar zo was het nu eenmaal. Ze controleerde de infuses, keek of zijn luier schoon was en trok de zomerdeken tot aan zijn hals. Ze keek naar zijn gezicht. En vond hem gewoon lief. Ze boog zich over hem heen en gaf hem een kus op zijn voorhoofd en op zijn wang, langs de verminkte ogen heen. “Slaap maar lekker, knul.”, zei ze zacht en deed het gordijn open. De kamer was leeg op Sasson na.
Dokter Nativ stond bij de deur op haar te wachten.
“Alles kits?”, vroeg hij haar. Ze ontweek zijn ogen en knikte. Nativ zuchtte. “Je gaat me toch niet vertellen dat je...” Ze keek hem aan en hij zei niets meer. Had medelijden met haar.
Toen hij wat later thuis wat aan het eten was vertelde hij het zijn vrouw. “Verliefd?”, vroeg die, “Op iemand die ze niet kent?” Hij haalde zijn schouders op. "Miskená, wat een zielepiet.", zei zijn vrouw.
16.
"Het is ons dus wel gelukt!", zei de premier uitbundig. Zijn PR adviseur keek hem instemmend aan. "Al een maand praten ze allemaal over de adoptie en niet over het politieonderzoek..", ging de premier door. Hij liep door de gangen van de Knesset, het parlement van Israel en knikte beleefd naar mensen die langsliepen. Hij had 8 veiligheidsmannen om zich heen en was amper te zien. Toen hij even later de vergaderkamer binnenliep, zaten zijn ministers al op hem te wachten. Snel ging hij zitten, pakte de hamer en sloeg ten teken dat de wekelijkse vergadering van de Israelische regering begonnen was.
"Dames en heren,", begon hij serieus, want de camera's draaiden, "de Syriers wilden ons verassen met een atoomcentrale, die ze van Noord Korea hadden gekregen. Deze atoomcentrale bestaat nu niet meer."
17.
"Nou wil hij zeker Noord Korea gaan bombarderen, die randdebiel.", zei een man aan de andere tafel. Emily zat met haar vriendin, Yaffa, in de Broadway Bagel in het Chorev centrum aan de lunch.
"Hij is anders wel klaar met zijn studie en heeft een prachtbaan.", zei Yaffa. Voor de zoveelste keer probeerde ze haar vriendin iemand te leren kennen. Maar Emily schudde haar hoofd. "Bedankt, maar ik heb het prima zo.", zei ze.
Yaffa keek haar aan en aarzelde even. "Er is een gerucht dat je gek bent op je speciale patient.", zei ze zacht. Emily bloosde en wilde het ontkennen. Yaffa lgde haar hand sussend op de hare. "Hij is blind, doof, in coma en niemand weet wie hij is of wat hij is. Kon je het niet eens moeilijk maken voor jezelf?", vroeg ze.
Emily keek op van haar zalmsalade. "Denk je dat ik dit plande? Denk je dat ik dit wilde? Het is gewoon een feit en ik weetniet wat ik ermee mee aan moet. Soms hou ik zijn hand vast als ik hem dingen vertel en ik voel een soort reactie...." "Wat ook een stuip kan zijn..", vulde haar vriendin aan.
Emily keek verdrietig naar haar bord.
18.
Mickey en Yacov keken weer serieus in de camera van kanaal 10. "Een jaar geleden werd de Grand Kanyon in Haifa bijna verwoest door een terorist." Op de achtgrond weer de beroemde foto. Mickey ging door: "Morgenavond is de herdenking, maar bijna iedereen is de held van deze aanslag, die nog steeds in het ziekenhuis ligt, vergeten."
Het beeld vulde zich met de patient, die roerloos in zijn bed lag. Emily zat naast hem een keek hem bezorgd aan.
19.
"Die lijkt me wel erg goed voor hem te zorgen, ze is er bijna laaltijd en houdt zijn handje vast.", zei de PR man tegen de premier. Deze las bezorgd een verslag op het internet over de aanklacht die men tegen hem wilde gaan indienen. Hij keek zijn adviseur vragend aan. "Die adoptie is al oud nieuws, dat kunnen we niet meer gebruiken."
"Ze woont op zichzelf en is smoorverliefd op hem.", zei de adviseur. De premier rees zijn wenkbrauwen afwachtend. Ze heeft een vriendin die ze alles opbiecht.", zei de PR man rustig. Zoals gewoonlijk legde hij niet uit hoe hij alles wist. "Dus?", vroeg de premier.
De adviseur rees zijn arm, alsof hij in de lucht schreef. "Verpleegster trouwt comatose patient, geadopteerde zoon van premier.", zei hij dramatisch.
"Zes weken? Dat zal de media zeker zes weken bezighouden?", bvroeg de premier hoopvol.
Äls we de bruiloft over een maand doen, heb je acht weken en over twee weken van vandaag wil de politie beslissen of ze je aanklagen....", zei de adviseur link.
20.
De geur van verse koffie. Schapenvlees op het vuur. De reuk van brandend hout dat in de winter in de haard brand. Hij herinnerde zich dingen. Maar het was donker en hij hoorde niets. Hij kon niets zeggen. Hij wilde wel en probeerde het, maar voelde dat er niets uit kwam. Er was geen pijn meer. Het enige aangename wat hij kon voelen was die zachte hand die hem beroerde en.... "...verder, want ik moet de ander afdelingen langs...."
Hij verstarde. Hij kon dit opeens horen. Hij kneep in de hand, probeerde hem vast te houden.
21.
Ze staarde met ongelof naar Sasson. Hij kneep nu harder dan ooit en ook was er een beweging in zijn adamsappel, alsof hij probeerde te spreken. Ze kreeg er kippevel van. "Rustig, rustig..", zei ze terwijl ze met haar andere hand zijn verkrampte hand aaide. Ze had een idee. "Als je 'ja' wil zeggen, knijp me éém keer, en als je 'nee' wil zeggen, knijp me twee keer?", zei ze zacht. Ze kreeg en kneep terug en haar ogen vulden zich met tranen.
"Ik heet Emily en ben een zuster in het Carmel ziekenhuis, waar je bent. Snap je dat?"
Een kneep.
"Ongeveer een jaar geleden was er een onrploffing in het winkelcentrum..."
Weer een kneep.
De patient achter haar keek verbaasd naar het tafereel en stuurde snel een sms.
22.
"…met alle eer en respekt, dit moete Halachish uitgezocht worden....", begon de Ashkenazise opperrabbijn. De premier keek hem koud aan en stak zijn sigaar op. Ze zaten in het kantoor van de premier, waar de opperabbijn met spoed naar toe was gehaald. "Met alle eer en respekt,", reageerde de premier, "is de vraag of U nog 6 jaar opperrabijn wilt zijn of niet."
De rabbijn dacht even na. "Hij is al geadoptreerd door U en geeft reacties die coherent zijn via zijn hand?", vroeg hij de premier terwijl hij aan zijn baard krabbelde. De minister president kinkte en blies een wolk sigarenrook uit.
"Wanneer moet het geschieden?", vroeg de opperrabijn. "Vier weken van vandaag, en U leidt de ceremonie.", was het antwoord.
23.
"Snap je nu hoe je hier terecht bent gekomen?", vroeg Emily. Eén kneep. Ze had hem rustig zijn geschiedenis sinds de aanslag verteld. "Kun je je de aanslag herinneren?" Twee knepen. De hand ging naar bioven en zocht haar gezicht. Ze boog zich voorover, zodat hij er bij kon. Langzaam beroerde zijn hand haar gezicht. Ze zag zijn lippen trillen en er kwamen tranen in zijn ogen. De greep op haar hand werd sterker. "Ik verzorg je sinds je hier kwam.", zei ze zacht. De greep werd harder. "En ik vind je vreselijk lief....", zei ze nog zachter. De greep verslapte zich. Eén kneep. "Maar je weet niet wie ik ben...ik weet niet wie jij bent....", zei ze fluisterend. De hand bewoog zich naar haar oog en voelde de tranen. De andere hand kneep hard, Eén keer.
Achter het scherm wat om het bed stond keek de andere patient te kijken. Hij verstuurde snel een sms en ging zijn bed weer in. In Jeruzalem keek de P.R adviseur van de premier tevreden naar zijn schermpje.
24.
"Uiteraard hebben we een uitkering, een auto, een flat en wat jullie maar willen, geregeld." Emily keek ongemakkelijk naar de man die voor de premier werkte Een reclameman of zo. Ze dacht aan Sasson en wist dat ze dit eigenlijk wilde. In de laatste weken waren de gesprekken met Sasson aardig gevorderd. En twee avonden geleden had ze hem gekust en hij had haar terug gekust. Ze keek naar de goedgeklede man tegenover har. Haar vader had hem zeker een gladjanus genoemt. Maar het ging om Sasson. En om haar, om hun samen. Ze knikte verlegen.
25.
"U mag in plaats van Uw geadopteerde zoon de zegen uitspreken.", zei de opperrabbijn tegen de premier. "Ik zegen jou in de overeenkmost van Moshe Rabeenoe.", zei de premier. Er werd een galdlas op de grond gelegd en de minister president hiel dde hand vast van zijn geadopteerde zoon die er bij lag. "Als ik U vergeet, o, Jeruzalem, mag ik dan mijn rechterarm vergeten!", zei de premier en stampte op het glas.
"De bruid mag nu haar man kussen.", < zei de opperrabbijn droog. Emily boog zich naar Sasson en kuste hem diep, onder gejubel en applaus. Ze waren nu man en vrouw. Ze keek met tranen in haar ogen naar Sasson, die met een glimlach helemaal stil lag.
"Ya Chabibi. Ta'al ahóen." De kus en het lawaai btrachten opeens zijn moeder naar voren. Hij zag hun kleien huis in het dorpje in Galilea en hij wist dat zijn broers allemaal herder waren geworden, net als hun vader. De schapen. De geiten. De Joden in hun kibboetsiem, die gedeeltelijk op de ruines van Arabische dorpen waren gebouwd. Hij herinnerde zich dat hij dit leven niet wilde. Hij ging naar Haifa, nam een baan als ober, knipte zijn haar en werd vrienden met Joodse jongeren. Paste zich aan hun cultuur aan en gebruikte hun idioom. Niemand die nog wist wie hij eigenlijk was. Hij wilde Israeli zijn. Niet een Jood, niet een Arabier. Israeli. En werd er een. Ging uit met jongeren uit de stad en toen hij meisjes ointmoette dankte hij zijn vader die er op had gestaan hem te besnijden als een goede Moslim. Hij leerde van hun muziek houden. Hij leerde zich te kleden en gedragen net als alle andere Israelis.
Hij liep het liefste rond in het overdekte winkelcentrum. Kanyon noemen ze dat in Israel. Lijkend op het Engelse woord Canyon, gaat het hier op een afleiding van het woord ‘liknot’, ‘kopen’ in het Ivriet. In de winter liep je zonder regen en in de warme, vochtige zomers liep je lekker koel rond.
Het liefst keek hij naar de mensen op de terrasjes in het centrum. Hoeveel aten die mensen wel niet?
© Simon Soesan
D
13